Smartphone

Ik heb geen smartphone. En ook geen tablet. Toen deze apparaten op de markt kwamen zag ik het nut er niet van in. Dat had ik ook met de CD-speler, deMP3-speler, de mobiele telefoon en de digitale fotocamera. Mijn vrienden kennen mij als iemand die zeker op technisch innovatief gebied altijd achterloopt. En ze hebben daarin gelijk. Het grote voordeel van mijn houding is wel, dat ik daarmee ook geld bespaar. De ontwikkeling van de eerste nieuwe producten loopt zo snel, dat het product al verouderd is op het moment dat je het koopt. Door enkele jaren te wachten met de aanschaf, zijn de betaalbare producten veel geavanceerder en is het verschil tussen de dure en goedkopere producten detailwerk.

Zo ook bij de Smartphone, ik vond het ding duur en ik miste de toegevoegde waarde. Ik heb geen behoefte om op elke plaats waar ik ben informatie op te vragen. Ook niet als de trein te laat is, ik ergens in een file verzeild raak of ik wil weten wat de openingstijden zijn van een attractie. En zeker sinds de sociale media fors zijn opgekomen wordt het ding nog minder aantrekkelijk. Voor mijn gevoel zit half Nederland gebogen over een schermpje te communiceren met de andere helft. Met iemand rustig praten is er soms nauwelijks meer bij, om de zoveel tijd gaat er wel een piepje af of grijpt iemand in een stil moment naar dat ding. Dat laatste illustreert het gevaar dat ik bij mij zelf zou gaan zien, ik heb net geen internetverslaving, maar ik ben er wel heel gevoelig voor. Met een Smartphone zou ik dan de mogelijkheid hebben om op elk moment het internet op te kunnen, waarmee een directe afhankelijkheid (zoals bij roken) voor mij niet ondenkbaar was.

In het bovenstaande beeld is voor mij maar weinig verandert. Maar sinds enkele jaren speelt er meer mee. Doordat ik de theorie achter de Commerciële Theologie verder ontwikkel en mijn christelijk geloof verdiep door een enkele Bijbelstudie, word ik mij er meer van bewust dat het leven dat wij leiden hier in West-Europa ten koste gaat van het leefgenot van mensen elders. Zo lees ik over naaiateliers waar volwassenen en kinderen lang achter elkaar werken voor een hongerloontje. Ik hoor over kinderslavernij op cacaoplantages. En ik zag de gevolgen van het gebruik van kernenergie. Maar ik las toen ook over de mijnbouw voor de grondstoffen van de batterijen voor onze elektronische apparatuur in Congo, over de conflicten die daar zijn vanwege schaarse grondstoffen, over de omstandigheden waaronder de mijnbouwers werken en over de ontwrichting van dorpen voor diezelfde mijnbouw.

Maar ook begrijp ik meer en meer dat mijn surfgedrag op internet meer kost dan alleen de elektriciteit die mijn laptop verbruikt. Al die datacentra waar de websites op staan draaien dag en nacht op stroom. En deze stroom wordt opgewekt door steenkool, aardgas, kernenergie, zonne-energie, windenergie, noem maar op. Door mijn emailaccount, dropbox, Flickr (en deze website) en mijn surfgedrag draag ik indirect bij aan de CO2 uitstoot. En ik kan het internetgebruik niet laten.

De aanschaf van een Smartphone en het gebruik daarvan heeft dus een negatief effect op het leven van andere mensen. Mensen die ik niet ken, mensen die ik nooit zal kennen, maar die wel de effecten kunnen krijgen door mijn internetgebruik, mijn surfgedrag. Het is voor mij een extra reden om niet bij Facebook een account te hebben, noch Whatsapp, en mijn internetgebruik zoveel mogelijk te beperken (wat absoluut niet lukt). Alleen maar om mijn dataverkeer te beperken en daarmee het energieverbruik. Telefonisch ben ik wel mobiel bereikbaar, want die is uit 2009, dus een sms is ook mogelijk. Maar gezien de effecten die de Smartphone heeft bij zowel de fabricage, als bij de gebruikers, als voor het extra energieverbruik, lijkt mij die Smartphone voor mij eerder not done.

Michel Altorf- van der Kuil

Dit bericht werd geplaatst in Kriebels, Praktisch Christendom? en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.