Kerst

Net even boodschappen gedaan bij de supermarkt. Ik loop door de Dorpsstraat van Renkum terug naar huis. Bij de D.A. staat een kleine transistorradio met kerstmuziek aan. Het snegent, of hagent, of regelt, zo u wilt (regen met sneeuw of hagel). De wereld wordt wat witter. Het is donker, de kerstverlichting boven de straten staat aan, de straten zijn verlaten. Mensen zijn binnen, het is koud, maar ook bijna etenstijd.

Op de achtergrond hoor ik Bing Crosby zingen over een ‘White Chrismas’. Met hem in mijn achterhoofd zie ik even verderop bij het Kruidvat een vrouw buiten staan roken. Zij werkt bij het Kruidvat en heeft haar laatste rokertje voor sluitingstijd. Ik zie de vrouw, maar eigenlijk zie ik meer. Het is donker, het is koud, de wereld wordt langzaam witter, maar de wereld is ook uitgestorven. Gehaast gaat iedereen naar zijn eigen huis. Naar zijn eigen plekje.

Deze vrouw staat gewoon buiten haar sigaretje te roken. Maar hoe lang nog zal het duren voordat er vrouwen, mannen buiten staan omdat ze nergens meer heen kunnen? Ook onze wereld wordt steeds kouder, steeds donkerder, raakt steeds meer uitgestorven. Steeds meer zijn we gericht op eigen gewin, allen de ander die we kennen, die is nog interessant. Degene die we niet kennen is langzamerhand eng aan het worden.

Jezus kwam (volgens ons feestje) ‘midden in de winternacht’. In een donkere tijd. Of dat echt zo is, weet ik niet, maar daar gaat het ook niet om. En toch weer wel, Jezus kwam in een donkere tijd voor het Joodse volk. Ze werden overheerst door een vreemde mogendheid, ze mochten hun eigen recht niet meer spreken. Ze hadden nog maar weinig in te brengen in hun eigen land.

Afgelopen herfst heb ik de cursus Aanstekelijk Christen (van Bill Hybel) gevolgd. In die cursus heb ik geleerd mijn geloof handen en voeten te geven. Het is daardoor wat praktischer geworden. Ik heb als het ware een pakje lucifers gekregen, met gebruiksaanwijzing. Ik kan ze één voor één afstrijken en opbranden. Of het gehele doosje in één keer. Maar in die gebruiksaanwijzing staat ook dat je er kaarsen mee aan kunt steken; er staat dat je er anderen mee kunt verlichten.

Ik heb geen antwoord op het steeds kouder worden van de wereld. Ik heb geen antwoord op het steeds harder worden van de wereld. Ik heb geen antwoord op hoe we mensen kunnen benaderen die eenzaam worden, of hoe we mensen kunnen helpen die op straat komen te staan. Ik weet het ook niet.

Ik heb mijn doosje lucifers. Ik hoop dat ik kan signaleren en er naar kan wijzen. ik hoop dat ik mijn vlammetje bij een kaarsje kan houden. En dat ik misschien zo 1 of 2 kaarsjes kan aansteken. Ik hoop dat mijn vlammetje ook andere christenen kan aansteken, dat ook zij hun doosje vinden en de gebruiksaanwijzing lezen. En dat er zo veel kleine vlammetjes in de donkere wereld komen.

Michel Altorf-van der Kuil

Dit bericht werd geplaatst in Praktisch Christendom? en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s