Onlangs zag ik “The Tyger” van Guilherme Marcondes. Een intrigerend filmpje dat je uit verschillende standpunten kunt zien. Aan de kijker de keuze.
De tijger breekt in de stad in. Hij gaat de confrontatie met de stad aan en zoals de tijger zich gedraagt lijkt hij angst aan te jagen. Het is ook een groot beest, onmenselijk groot. Maar hij blijft een tijger, sluipend door de straten, zijn kracht tonend, angstaanjagend. Maar hij gaat alleen maar door de stad, hij doet niemand echt kwaad.
De bewoners van de stad reageren laconiek op dit monster. Het is niet, als bij King Kong of Godzilla, dat de hele stad in rep en roer is. De stad blijft opvallend rustig. TV kijkend, samen etend, wat drinkend, wat er buiten gebeurt laat men koud. Boeiend, want juist daar vind een complete metamorfose plaats. De wereld, zoals je die kende, verandert bij de komst van de tijger. De bewoners ondergaan zelf een metamorfose, maar lijken zich daar niet van bewust.
De filmp “The Tyger” is gebaseerd op William Blakes gelijknamig gedicht. Lees ik het gedicht (en een paar uitleggen daarvan) dan kan ik me bij de uitwerking van Marcondes iets voorstellen. Blake voorziet een de wereld die, door een catastrofe vervallen is in de materie zoals wij die kennen, weer opstaan tot een herstelde plaats. Niet dus een nieuwe wereld, maar een vernieuwde wereld, één die zo krachtig en mooi is als de wereld was voor het verval.
En dan bekijk ik de film weer een keer, en nog eens en nog eens. Ik kan er bijna geen genoeg van krijgen. Er zit iets fascinerends in, hetgeen ik niet te pakken kan krijgen. De tijger is een mooi dier, met veel kracht en macht. De mensen van de stad zijn er niet bang voor, ze lijken hem te negeren. Als de tijger hen passeert, transformeren ze (waarschijnlijk) naar hun karakter of gedragingen. Aan het einde van de film heeft de tijger de stad doorkruist en zie je het licht in de stad, een stad die levend is geworden, bruist.
Ook in de uitvoering is de film goed uitgedacht. Hoewel het vrij eenvoudig in de uitvoering lijkt, wordt er gebruik gemaakt van meerdere dimensies. De mensen zijn tweedimensionaal, de stad is drie dimensionaal, de tijger is een soort van vierdimensionaal. de tijger wordt voortbewogen door drie mensen, samen vormen ze het leven van de tijger. Het licht wat hij achterlaat is begrijpelijk voor de bewoners van de stad, op hun niveau, ook tweedimensionaal.
En daar komt mijn dubbele gevoel. Is de tijger nu goedaardig, omdat hij geen angst en verderf zaait maar schoonheid schept (alhoewel, slakken, inktvissen, insecten)? Of is hij kwaadaardig, omdat hij dreigend overkomt en lijkt alsof hij de stad overneemt en omvormt naar zijn wil?En waarom gaat de tijger naar de heuvel om daar zijn macht te laten zien? Ook op die plek wordt hij duidelijk genegeerd. De stad bruist van het leven,overal is het licht verschenen. De maker daarvan wordt niet opgemerkt. En wat doen die drie mannen erbij?
Ik zie parallellen met mijn geloof in God. Ook Hij brengt licht in de duisternis, ook Hij verandert de wereld. Ook Hij heeft macht en kracht waar je best wel bang voor mag zijn. Gaat God met ons zo om als de tijger met zijn wereld? Gaat God ook zo door de straten, laat Hij af en toe Zijn tanden zien, maar bijt Hij niet door? Wordt Hij ook zo genegeerd door de mensen? Geeft Hij zo ook vorm aan ons, waarbij wij steeds meer lijken op ons karakter? Of ziet Hij ons gewoonweg zo? En gaan wij ook zo om met de maker van het leven, maken we gebruik van het licht en leven, maar gaan we daarmee onze eigen weg?
Maar voor hetzelfde geld is de tijger het kwaad dat duidelijk laat zien wie wij zijn en dat het ons eigenlijk niets kan schelen? Dat we gewoon aan blijven modderen in onze toestand. En dat we daarmee het kwaad in ons leven houden, en eigenlijk niets moois doen met ons leven. We hangen wat rond, besteden onze aandacht aan nutteloze zaken en laten het toe dat we steeds meer diegene worden waaraan we onze aandacht het meest geven. Maar ook aan het einde trekken we ons niets aan van het kwaad, en gaan we onze eigen weg. We blijven ergens hangen in het midden.
Voor God lijkt het beeld te slecht, voor het kwaad lijkt het beeld te goed. Daardoor blijft het fascineren. Het geeft mij een ander blik op God. Is Hij wel zoals ik Hem zie? Zie ik Hem überhaupt wel? Ik denk dat ik het filmpje nog eens ga bekijken en nog eens. Misschien kom ik er dan nog niet uit.
Groet,
Michel Altorf-van der Kuil