Het is vrijdag, we zijn al bijna een week in Taizé, een oecumenische broedergemeenschap in Bourgondië, waar veel jongeren komen. In Taizé zijn er elke dag zijn er drie diensten waar je als gast deel aan neemt. In de dienst worden veel liederen gezongen, er wordt een bijbeltekst voorgelezen en halverwege is er een stilte van ongeveer 10 minuten voor een persoonlijk stil gebed.
De week was een bijzondere week voor ons. We volgden het gewone programma. Zo was er dagelijks een bijbelstudie, waarbij een broeder ons uitleg gaf over een deel van Mattheüs (thema van deze week). Na de bijbelstudie ging iedereen uiteen in de gespreksgroepjes. Ons groepje was zeer betrokken bij de bijbelstudie. Tevens van diverse pluimage: een Canadese voorganger, een Duitse vrouw die nu in Argentinië woonde en haar niet gelovige vriend had meegenomen, een Waalse docente. In totaal waren we met z’n achten.
In ons gespreksgroepje hebben we elkaar vragen gesteld waarop niet zo 1,2,3 een antwoord op te vinden was, soms was de vraag gewoon ook interessanter dan het antwoord. Zeer intensief zijn mijn vrouw en ik bezig geweest met onze relatie met God. Die band was sterk, zeker aan het einde van de week, zeker deze vrijdag.
Elke vrijdagavond wordt er in Taizé stil gestaan bij de lijdensweg en de dood van Jezus. Na de gebruikelijke dienst is er gelegenheid tot een extra gebed, midden in de kerk, mag je dan knielen en alles aan Hem geven. Tijdens dit moment wordt er gezongen. Niet te luid, maar de liederen van Taizé zijn opzich al heel rustig. Dat gebeurde ook op deze vrijdag. Ik zing mee en kijk om mij heen. Ik zie zo’n 150 mensen samen geloven in God, ik zie ze in gesprek met de Heer, ik zie ze buigen voor Jezus.
Op dat moment stort ik in. Tranen lopen over mijn wangen en ik weet niet waarom. Het komt er gewoon ineens uit. Mijn vrouw bemerkt het en legt haar hand op mijn schoot, het verdriet wordt minder.
Maar even later stort ik weer in, nu dieper. Ik kniel neer en ga al huilend in gebed. Nu knalt echt alles eruit wat er in mij zit. Opeens voel ik mij getroost worden. Nee, dit was niet mijn vrouw, ik weet dat dit onze Heer was, Jezus. Hij was het die mij opnam en mij Zijn warmte gaf. Eigenlijk wil ik dit gevoel vast houden, er in blijven, maar net als bij Petrus op de berg kan het niet. Hij gaat weer verder.
Even later kom ik weer overeind en probeer weer mee te zingen. Ik kijk naar voren en zie boven de mensenmassa in een flits Hem staan, met zijn armen wijd. Zag ik het echt, of was dit verbeelding? Ik durf het niet te zeggen, maar het is wel gebeurd.
Ik wordt vervuld met vreugde, ja Hij is er, Jezus is in ons midden! Vol opwinding fluister ik het mijn vrouw in haar oor. Ja natuurlijk, het staat zo in Mattheüs (18:20), maar ik had deze innerlijke vreugde nog niet eerder zo beleefd. Het is waar. Als wij samenkomen in Jezus naam, dan is Hij er ook bij aanwezig. Dan bevinden we ons in een heilige situatie, dan is alles groter dan wij zijn. Dan is het persoonlijke niet meer van toepassing, dan ben je het lichaam van onze Heer. Dat was wat ik me ineens realiseerde. Dat gebeurde er op deze vrijdag ergens op een heuveltop in Frankrijk. Zoveel mensen die samenkwamen, ieder met zijn persoonlijke doel, met zijn eigen achtergrond, maar wel allemaal samengekomen om dicht bij Hem te zijn, dicht bij onze Heer, Jezus Christus.
Michel Altorf-van der Kuil